De drie gebieden
- Powerzone — recht voor je, op borsthoogte. Hier vangt de kite de meeste wind en trekt hij het hardst. Dit is waar de energie zit — en waar je voorzichtig mee moet zijn.
- Zenit — recht boven je hoofd. De kite staat hier bijna stil en trekt het minst naar voren. Dit is je 'rustplek', maar bij een harde vlaag kan de kite je hier even optillen.
- Rand van het windvenster — de buitenkant van de bol, links en rechts van je. Ook hier weinig trekkracht; je start en landt de kite hier.
Hoe je dit in de praktijk gebruikt
- Starten en landen doe je altijd aan de rand — daar is de kite rustig.
- Kracht opbouwen doe je door de kite vanuit de rand omlaag door de powerzone te sturen.
- Afremmen doe je door de kite omhoog te sturen, richting het zenit.
- Noodrem is altijd beschikbaar: laat je handles los en je kitekillers klappen de kite in.
De belangrijkste les van het powerkiten
Jij bepaalt de kracht door waar je de kite vliegt. Voelt het te sterk? Stuur omhoog. Wil je meer kracht? Stuur door het midden. Wie dit beheerst, wordt nooit meer 'verrast' door zijn eigen kite.
Wil je de volledige theorie met oefeningen? Lees het windvenster eenvoudig uitgelegd.